Home Winkel Links Preken Forum Overdenkingen Agenda Contact

Afdelingen 1. Algemeen 2. Afbeeldingen 3. Kennis Bassin 4. Kinderen 5. Meeting People 6. Muziek 7. Pastoraat 8. Winkel 9. Vakanties & Reizen 10. Nieuwsbrief Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen

Aangepast zoeken
 

Laat je aanspreken door Gods Woord! (Ezechiël 33: 1-20)
Preek afkomstig van Ds. Offereins van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Leens.

           

Liturgie

Tekst: Zondag 31 HC


Lezen: Ezechiel 33:1-20


Zingen: Ps. 95:1,3


Ps. 11:2,3 (na de wet)


Ps. 15 (na de schriftlezing)


Lb. 63 (na de preek)


Gz. 4 (als belijdenis van het geloof)


Ps.119:8,14 (Slotlied)

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,


Waarom hebben de dominee en de ouderlingen altijd weer de neiging zich te bemoeien met keuzes, die wij als gemeenteleden maken.


Ga je samenwonen, heb je ze op de stoep staan.


Kom je niet meer in de kerk, of maar 1 keer, willen ze daar met je over praten.


Kun je niet door 1 deur je familie of met anderen, vinden ze dat je daar aan moet werken.


Zijn dat geen keuzes, die ik zelf maak?


Waarom mag ik niet geloven op de manier, die het beste bij mij past?


Wat heeft een ander daar mee te maken?


Dit soort vragen kreeg ik in de afgelopen periode van catechisanten, toen we het over de tucht in de kerk hadden.


Ze leven echter niet alleen bij jongeren.


Ouderlingen, die in gezinnen proberen aan te spreken op bepaalde keuzes of op bepaald gedrag voelen dat er stekeltjes overeind gaan.


Soms wordt hen zelfs te verstaan gegeven, dat ze op deze manier niet weer hoeven te komen:


Ik zal zelf wel bepalen hoe ik leef, daar heb ik jouw commentaar niet bij nodig.


Kijk bovendien eens naar je zelf.


Naar je eigen gezin.


Gaat het daarin soms allemaal zo voorbeeldig?


Predikanten en ouderlingen zien daarom vaak als een berg op tegen "vermaanbezoeken.".


En ik merk ?eerlijk gezegd- bij mijzelf wel eens de neiging zulke bezoeken daarom maar uit te stellen.


Nog minder gemakkelijk accepteren we ?naar mijn inschatting- corrigerende opmerkingen van broeders of zusters, die niet in de kerkenraad zitten:


Waar bemoei je je mee!


Kijk naar jezelf, man!


En het gevolg lijkt te zijn, dat we elkaar in de gemeente onderling eigenlijk niet meer durven aanspreken op onze keuzes.


Om de lieve vrede wil.


Of onder het mom van "eigen verantwoordelijkheid".


Terwijl er aan de andere kant steeds minder bereidheid lijkt om ons door elkaar te laten aanspreken.


E?n ding valt me op, wanneer ik hier over nadenk.


Dat we er nogal menselijk naar kijken:


Waar haalt de ene mens het recht vandaan zich te bemoeien met keuzes van een ander?


En waarom zou die ander zich moeten laten gezeggen door die ene?


Is die dan beter, of zo?


Onderling vermaan en toezicht in de gemeente lijkt daarmee vervallen tot een kwestie van prestige:


Wie is bereid voor wie te buigen?


Nu gaat het bij vermaan en tucht inderdaad om buigen.


Alleen niet voor elkaar.


Maar voor het woord van God.


En het is dat Woord van God, dat we elkaar in de kerk mogen voorhouden.


Zelfs moeten voorhouden.


In de kerk zijn we nl. de hoeder van onze broeder.


En van onze zuster.


En daarom mogen we elkaar oproepen je door dat woord te laten aanspreken.


Ik heb de boodschap van zondag 31 daarom als volgt verwoord:




Laat je aanspreken door Gods Woord!


1. de boodschap


2. de consequenties.




1. de boodschap


Nu kun je natuurlijk gelijk weer een volgende vraag stellen, broeders en zusters:


Waarom zou ik me moeten laten aanspreken door dat woord van God?


Komen er in de bijbel niet allerlei achterhaalde visies naar ons toe?


De bijbel is al duizenden jaren oud:


Geschreven in een totaal andere maatschappij, dan die waarin wij leven?..


Heel veel dingen, die de bijbel ons voorhoudt werken vandaag de dag toch niet meer.


Dan heb je het dus over de vraag of de bijbel relevant is voor ons leven in het jaar 2000.


Het lijkt me goed om meteen aan het begin van de preek hierover geen enkele onduidelijkheid te laten bestaan:


Ja, de bijbel en haar boodschap zijn relevant voor vandaag!


Want die bijbel is maar geen weerslag van wat mensen ooit over God gedacht hebben.


Wij geloven, dat God in de bijbel spreekt.


Dat Hij u en mij persoonlijk aan- en toespreekt.


God, die al millennia lang dezelfde is.


En die ook altijd dezelfde blijft.


Ook dezelfde in die zin, dat Hij uit is op het leven van de mensen op aarde.


De profeet Ezechiel mocht het de mensen in zijn tijd al vertellen:


Ik wil niet graag de dood van de zondaar, maar ik zie zo graag, dat iemand zich bekeert en leeft!


En dat is vandaag nog steeds de boodschap van de HERE.


Voor u:


Voor jou:


Ik wil graag dat u leeft.


Dat jij eeuwig leeft.


En er is maar ??n weg naar dat leven.


En dat is de weg van het geloof en van het gehoorzaam de weg gaan die Hij wijst.


Die boodschap komt via de bijbel in alle toonaarden naar je toe.


Met daarbij de verzekering, dat de weg naar Hem altijd open ligt.


Jezus Christus heeft alle obstakels opgeruimd.


Obstakels, die wij steeds maar weer opwerpen door onze zonden.


Christus heeft ze opgeruimd en steekt nu zijn hand naar ons uit:


Ga je ook met mij mee?


Pak je ook mijn hand vast?


Dan breng ik je naar dat echte leven bij God!


Ja, dat geldt ook, voor als je diep gevallen bent.


Als je heel ver bij God weg bent gelopen.


Pak mijn hand maar vast:


En je bent bij Vader in de hemel van harte welkom.


Nee, probeer dat nu niet op je eigen manier.


Want dat loopt gegarandeerd verkeerd af.


Het is die boodschap, gemeente, die de HERE steeds weer aan u en aan jullie voor wil houden.


Natuurlijk in de eerste plaats iedere keer als je voor jezelf of samen de bijbel leest.


Maar God wil die boodschap ook in meer toegespitste vorm laten klinken.


Zondags, bijvoorbeeld, wanneer de dominee vanaf de preekstoel een gedeelte van dat woord uitlegt.


Dan is daar niet een mens bezig zijn gedachten te ventileren over wat God ooit eens gezegd heeft.


Maar dan proclameert die mens in het openbaar en namens God zelf, dat al uw zonden u door God werkelijk vergeven zijn, zovaak u de beloften van het evangelie met waar geloof aanneemt.


Preken horen daarom die beloften van God voor te houden.


Dat God u vergeving van uw zonden wil geven en eeuwig leven omdat Jezus Christus aan het kruis van Golgotha stierf voor uw zonden.


Elke preek weer komt de oproep naar u en naar jou toe, dat toch vooral te geloven.


En om dan niet alleen in je woorden een gelovige te zijn.


Maar ook in je daden.


De HERE God, die ons leven wil, wil dat graag.


Zo graag, dat Hij ons met die boodschap nog dichter op de huid wil komen in dat wat we noemen de tuchtoefening in de kerk.


Je zou die tucht een vorm van toegepaste prediking kunnen noemen.


Een preek op maat.


Speciaal voor jou, in jouw geval.


Onder de aandacht brengen, dat de HERE ook graag jouw leven wil.


En daarom jouw geloof.


En jouw leven in geloof.


Een stuk service en zorg van onze Vader in de hemel:


Heb jij wel goed begrepen wat Ik in mijn woord zeg?


Lees nog maar eens goed!


Mijn woord wijst een andere kant op!


Daarmee is duidelijk, gemeente, dat prediking en tuchtoefening een grote verantwoordelijkheid inhoudt:


Gods woord op maat presenteren.


We hebben in Ezechiel 33 gelezen hoe groot die verantwoordelijkheid is.


Want:


je moet Gods woord doorgeven


je moet Gods woord ook goed doorgeven.




De profeet wordt in dat hoofdstuk aangesteld als wachter over Isra?l.


Dat roept het beeld op van een wachtpost op de toren van een oude stad.


Waarom staat zo?n man daar?


Om te kijken of er ook een vijandelijk leger in aantocht is.


Overdag.


Maar ook ?s nachts, als de andere mensen slapen.


En als hij zo?n leger aan ziet komen, dan moet hij alarm slaan.


Op een bazuin blazen om de mensen te waarschuwen:


Vijand in zicht!


Sluit de poorten, mensen!:


Pak je wapens~!:


En neem je positie in op de muur!.


Iedereen die eventueel nog buiten de stadsmuren is: binnenkomen!


Met zo?n wachtpost wordt de profeet Ezechiel door de HERE vergeleken.


Ezechiel, jij ben de man die aangewezen bent om dat wat Ik zeg door te geven aan je broeders en zusters.


En uit het hoofdstuk blijkt dan, dat Ezechiel drie dingen moet doen.


In de eerste plaats moet hij goed luisteren naar God:


Zegt de HERE ook iets?


En wat zegt de HERE dan precies?


Want alleen dat moet hij aan de mensen doorgeven.


Niet wat hij voelt en denkt en vreest, maar wat de HERE zegt!


In de tweede plaats moet hij goed opletten waar er gevaar dreigt en welke gevaren dat dan zijn.


Want daardoor kunnen de inwoners van de stad zich op de juiste manier te weer stellen tegen die gevaren.


En in de derde plaats:


De wachter moet de inwoners ook meterdaad waarschuwen.


Hij mag zich niet stilhouden.


Immers daarmee zou hij ze in groot gevaar begeven.


De vijand zou hen verrassen, ongewapend en argeloos als ze zouden zijn.


Misschien liggen ze wel te slapen.


In het NT geeft de Hebreenbrief de volgende typering van de ambtsdragers in de kerk:


Ze zijn degenen die waken over uw zielen.


Ook ambtsdragers hebben dus zo?n wachtersfunktie.


En daarom mag je je deze drie dingen ook verwachten van een dominee, een ouderling:


Dat hij in de eerste plaats zelf goed luistert naar wat de HERE te zeggen heeft.


Dat hij zelf tijd maakt voor het luisteren naar God


Dat hij werk maakt van bijbelstudie.


Voor zichzelf.


Maar waarom niet ook samen, bijv. aan het begin van een kerkenraadsvergadering.


Tijd voor het luisteren naar de HERE.


Je kunt alleen maar goed preken en goede leiding geven, als je eerst goed geluisterd hebt naar wat je dan moet zeggen en welke boodschap je de mensen moet voorhouden.


Ambtsdragers mogen nl niet maar eigen meningen ten beste geven en met eigen maten weten.


Ze moeten de mensen aanspreken met Gods woord!


In de tweede plaats mag je van een ambtsdrager verwachten, dat hij goed rondkijkt.


Goed rondkijkt in de gemeente.


Maar ook in de maatschappij, waarin wij leven:


Wat leeft er?


Wat speelt er?


Wat zijn de gevaren, die dreigen?


Want alleen zo weet hij op welke punten het woord van de HERE concrete toepassing nodig heeft.


Of er vermaand moet worden.


Of bemoedigd.


En tenslotte zal de dominee, de ouderling, maar ook de diaken zijn mond metterdaad open moeten doen.


Hij mag zich niet stil houden.


Om de lieve vrede wil.


Of onder het mom van: nou ja, eigen verantwoordelijkheid, nietwaar?!


We hebben in Ez. 33 gelezen hoe de HERE de profeet verantwoordelijk houdt voor het welzijn van de Isra?lieten:


Als jij je mond gehouden hebt, Ezechiel, ja dan zullen de mensen, die op verkeerde wegen gaan hun straf daarvoor dragen.


Inderdaad: "eigen verantwoordelijkheid".


Maar ik zal ook jou daar op aanspreken!


Jij hebt hen niet gewaarschuwd?.


Vandaar ook dat de apostel Paulus in 1 Kor. 9 kan uitroepen:


Wee mij, als ik de mensen het evangelie onthoud!


Ja, want het gaat hier om zaken van leven en dood.


Van eeuwig leven en eeuwige dood.


God wil graag aan de mens die de dood tegemoet loopt, de weg naar het leven voorhouden.


En daarin mogen ambtsdagers Hem niet tegenwerken.


Trouwens, ook de andere gemeenteleden niet.


Want het zijn niet alleen de ambtsdragers op dit punt verantwoordelijkheid dragen.


In Hebr. 10 worden alle gemeenteleden opgeroepen op elkaar acht te geven en elkaar aan te vuren tot liefde en tot goede werken.


Ook onderling liggen er dus taken en verantwoordelijkheden, broeders en zusters.


U, jij bent de hoeder van je broeder en van je zuster.


Beseft u dat?


En maakt u daar ook werk van?


Of laat u dat over aan de ouderlingen en de dominee?


Soms bereiken mij wel eens geluiden uit de gemeente, die me melden dat de kerkenraad de tucht ook niet meer serieus neemt.


Want anders?. nou en vul dan maar in:


"Dit wordt maar toegelaten en dat kan blijkbaar maar."


Natuurlijk moet een kerkenraad over dit soort geluiden nadenken.


En hij doet dat ook heus wel.


Aan de andere kant horen kerkenraadsleden van mensen, die Gods weg kwijt lijken te raken, dat ze daar eigenlijk nog nooit door een gemeentelid op aan zijn gesproken.


Ligt daar dan geen verantwoordelijkheid, gemeente?


In een dorp als het onze weet u vrij veel van elkaar.


Er wordt ook heel wat afgepraat ? zo u wilt geroddeld!


En velen hebben hun oordeel al lang klaar.


Maar intussen doen we het belangrijkste niet:


De betrokkene het woord en de weg van de HERE voorhouden!


En we hebben voor ons zelf allerlei uitvluchten bedacht om er onder uit te komen.


Broeders en zusters, besef dit wel:


Niet alleen de kerkenraad heeft een wachtersfunktie.


U, jij hebt dat ook!


Iedereen weet bepaalde dingen.


Voor iedereen geldt uiteindelijk dat wat eens tegen Ezechiel werd gezegd.


En je kunt die verantwoordelijkheid niet afschuiven:


God wil dat zijn boodschap over de weg naar het leven klip en klaar onder ieders aandacht wordt gebracht.


Daarin vraagt Hij ieders medewerking


Want het gaat uiteindelijk om een zaak van eeuwig leven en eeuwige dood.




2. de consequenties


Daarover nu wat meer in het tweede punt van vanmorgen:


De consequenties van het feit of je je al dan niet laat aanspreken door het woord van God.


De profeet Ezechiel kreeg daar indertijd indringende dingen over te horen.


Het begon met het voorbeeld van de wachter:


De man heeft duidelijk alarm geslagen.


Alle inwoners van de stad hebben net signaal kunnen horen.


Daarmee deed hij wat hij moet doen.


Maar mensen kunnen daar verschillend op reageren.


Er zijn er, die zich niks van het alarm aantrekken ?en dat wordt hun ondergang.


Er zijn er ook, die zich laten waarschuwen.


Ze zoeken dekken:


Ze doen de stadspoort op slot en zorgen voor soldaten op de muur.


En ze blijven in leven.


Dan volgt de toepassing voor Ezechiel:


Als jij de mensen luid en duidelijk de weg naar het leven het voorgehouden, maar ze kiezen die toch niet, dan gaan ze ten onder op hun verkeerde weg..


Maar als ze zich wel laten aanspreken:


als ze ook meterdaad weer op die weg gaan lopen, dan zullen ze leven.


Oftewel hun reactie op Gods boodschap hier-en-nu heeft consequenties voor hun toekomst.


Datzelfde mag ook gezegd worden, gemeente, als het gaat om de boodschap van iedere preek en van ieder tuchtbezoek:


Wat je daar mee doet, is van groot belang voor je toekomst.


Voor je eeuwige toekomst.


Je hebt mensen, die de preken zondags in een onverschillige houding over zich heen laten komen.


Ze gaan hen het ene oor in, het andere uit.


En als de dominee concrete punten noemt, waarop hun leven zou moeten veranderen knikken of schudden ze van ja of nee.


Ze luisteren net zo naar een preek als naar die radiozender, die op hun werk de hele dag aan staat.


Maar er komt geen actie.


Geen reactie van geloof en van bekering:


Inderdaad, van deze God wil ik houden!


En ik zal me er daarom met alles wat in me is voor in zetten mijn leven op de concrete punten die genoemd zijn te beteren.


Ook vermaanbezoeken van de ouderling of van een zuster uit de gemeente brengen geen beweging te weeg.


De eenmalige kerkgang blijft.


De tv blijft onverantwoord lang aan staan.


En men voelt zich daar tamelijk wel bij.


Gemeente, zo?n houding doet me erg veel denken aan mensen, die in oorlogstijd wel het signaal van het luchtalarm horen, maar die zich nog eens een keer lekker omdraaien.


Het bed ligt immers zo heerlijk.


Waarom zou ik naar de schuilkelder gaan?.


Nou, omdat het in de komende uren alleen daar veilig is!


Zo is je eeuwige toekomst alleen maar veilig als je je door elke preek en door elk vermaanbezoek laat aanspreken.


Niet maar "voor kennisgeving aannemen".


Er mee aan het werk!


Opnieuw je geloof in God belijden!


Opnieuw de hand van de Here Jezus vastpakken.


En met des te meer inspanning in je leven laten merken dat je God wilt volgen!


Geen actie, geen geloof, betekent namelijk geen toekomst.


En dat zijn activiteiten, die iedere keer weer van je verwacht worden.


Het is niet zo, dat je kunt zeggen: eens gered, altijd veilig.


Eens belijdenis van mijn geloof gedaan, dus het zit met mij wel goed.


V/a 84 spreekt over "zo vaak als" we de beloften van het evangelie aannemen.


Je moet dus steeds weer je geloofd belijden.


Elke dag doe je nl. weer zonde.


En daarmee verspeel je iedere dag weer je plekje in die toekomst bij God.


Gelukkig wil Christus iedere keer die poort van zijn rijk toch weer voor ons open houden.


Wil Hij iedere zondag toch weer zijn nodigende hand naar ons uitstrekken.


Maar moeten we die hand wel pakken, zodra hij uitgestoken is.


Gemeente, en als je het zo bekijkt, wat kun je dan blij zijn met de preken in de kerk.


Blij zijn met die ouderling, die je komt vermanen,


Het zijn de wegwijzers naar die open poort, waar Christus uitnodigend staat:


Kom gerust binnen.


En je gaat dan ook beseffen, dat je dwaas bent, wanneer je niet in actie komt:


Wanneer je niks doet met woorden van vermaan.


Want dat betekent dat je buiten moet blijven.


Voor altijd??


Om van te huiveren??


Nu zijn er mensen, die daar helemaal niet van huiveren.


Ze zien het allemaal heel menselijk:


In de preek zegt de dominee wat hij er van vindt.


En die ouderling op vermaanbezoek wil alleen maar dat je voor zijn mening buigt.


Zo krijgen ambtsdragers dat ook wel eens te horen:


Ja, maar wat jullie willen, dat wil ik helemaal niet.


Als jullie mij onder tucht willen zetten, dan moet je dat maar doen.


Trouwens waar bemoeien jullie je mee!


Het gaat toch om mijn verhouding met de HERE?


En daar kunnen jullie toch niet tussen komen.


Wie zo spreekt vergeet echter ??n ding.


Nl. dat die dominee, die ouderling niet maar met eigen gezag spreekt, maar met het gezag van Gods Woord.


Het gaat dan ook niet om wat zij willen, maar om wat God zegt.


En daarvoor vragen zij gehoor.


Met hun woorden.


Maar ook in hun zachte aandrang van de tucht:


Toe nou, wordt nu wakker, doe je ogen nu open, luister nu naar de HERE!


Dit komt op de kop verkeerd!


Als hun boodschap er echter een is die je niet pas, dan moet je niet mensen de schuld geven.


En dan moet je niet kwaad worden op die ouderling.


Hij is ook maar gestuurd door zijn Zender.


Hij doet niet meer dan die Zender, God zelf naspreken.


Ook als het op tucht aan gaat.


En zelfs als die tucht uit moet lopen op afsnijding van de gemeente.


Dan spreken ambtsdragers ?al is het met lood in de schoenen en pijn in het hart- God zelf na:


Voor wie in zonde blijft leven is er geen plaats bij mij.


Nu niet.


En als uw gedrag niet verandert: nooit niet!


Natuurlijk hoopt geen ambtsdrager echter dat het ooit tot afsnijding komt.


Net zo min als dat die wachter uit Ez. 33 hoopt dat niemand zich iets van zijn geroep aantrekt.


Elk bezoek hopen ze op een keer ten goede.


Bidden ze daar ook om:


HERE, geef, dat deze br., deze zr de weg naar u terug vindt.


Werk ook in dit hart het afscheid nemen van de zonde en groeiende liefde tot U.


Wat dat betreft moeten ambtsdagers lijken op God.


Op die vader uit de gelijkenis van de verloren zoon.


Net als God staan ze vol spanning op de uitkijk:


Gaat dit kind al terug naar Vader?


Staat het al op om Vader te zoeken?


Ja, dan zullen ze hun br of zr ondersteunen en helpen:


Kom maar, zal ik nog met je meelopen?


Op ??n ding hebben ambtsdragers bij dat alles echter niet goed zicht.


En dat is op het antwoord op de vraag hoe oprecht geloof en bekering van mensen is.


Zij kunnen nl. niet verder kijken dan hun buitenkant.


En die kan wel eens een andere aanblik geven dan iemand hart.


Iemand kan in de kerk een andere houding hebben dan in zijn slaapkamer of achter de tv.


Dan zijn ambtsdragers misschien blij.


En danken ze God voor geloof en vruchten van geloof.


Voor volle kerkdiensten.


En voor weinig gevallen van censuur.


Maar ondertussen is de HERE niet blij.


Want het geloof is niet oprecht en komt niet uit het hart.


Mensen doen maar alsof.


Ze huichelen


En hebben daardoor vooralsnog geen deel aan al die heerlijke beloften van God.


Want ouderlingen kun je om de tuin leiden, de HERE niet.


Broeders en zusters, jongens en meisjes, de HERE God spreekt ons aan in zijn woord.


Met de blijde boodschap van de verlossing door Jezus Christus.


Maar ook met de weg die hoort bij het verloste leven.


Hij laat dat woord door mensen onder onze aandacht brengen.


Misschien wel door mensen die ons niet zo liggen.


Mensen die in alle gebrekkigheid hun werk doen.


Maar uiteindelijk blijft het gaan om die boodschap van God.


En gaat het om de vraag wat je daarmee doet:


Laat je je er door aanspreken?


Of gaat het je ene oor in en het andere weer uit.


Laat je je in je keuzes corrigeren door God woord?


Of heeft ook de HERE niks met die keuzes te maken?


Mensenwoorden kun je wegwuiven.


Gods Woord niet.


Want je komt de HERE gegarandeerd nog een keer tegen.


Bij de poort, die dan voorgoed op slot zal gaan voor ieder die hier op aarde niks deed met die heerlijke boodschap van Hem.


Hij staat nu nog open, die poort.


Zullen we er met elkaar hard naar toe rennen?


Pak elkaar maar bij de hand!


En laat je broeder daarbij gerust je hoeder zijn.




Amen


Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 















| Copyright 2003-2010 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer