Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

Elia: mijn God is Jahwe. (1 Koningen 17: 1)
Preek afkomstig van Ds. H.J. Boiten van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te Zaltbommel.

       

Liturgie

Psalm 135 : 1, 2, 3, 8, 11 en 12

Gezang 31 : 1, 2 en 3

Gezang 33 : 3 en 4

Schriftlezing: Deuteronomium 28 : 15 - 24

Schriftlezing: Openbaring 11 : 1 - 14

Tekst: 1 Koningen 17 : 1

Preek

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus:

Koning Achab is een bekende koning uit het Oude Testament. Bekend, juist vanwege zijn goddeloosheid.

Achab was zo'n 30 jaar lang koning over Israël. Gezien heel de periode van het bestaan van Israël is dat niet zo uitzonderlijk lang. Toch wordt in het boek Koningen aan hem veel meer aandacht besteed dan aan de andere koningen. Dat is omdat deze periode wel een heel belangrijke periode is in de geschiedenis van Israël.

De voorgangers van Achab deden vaak al wel aan beeldendienst. Jerobeam richtte de gouden kalveren op in Bethel en Dan en daar moest het volk de HERE dienen. Maar ze bleven toch de HERE dienen, al was het op een andere manier dan de HERE bevolen had. Dat was zonde tegen het tweede gebod. En de HERE wilde dat ze zich daarvan bekeerden.

Maar Achab ging nu een stap verder dan zijn voorgangers. Hij voerde de Ba?lsdienst in in Israël. Een andere god en daarmee zei hij in feite de HERE God vaarwel. De HERE kreeg slechts een plaatsje naast Ba?l. Dit achterna-lopen van andere goden, dat door Achab welbewust ingevoerd werd, dat betekent een breekpunt in de geschiedenis van Israël. Daarvoor gebeurde het soms ook wel, maar werd het niet van hogerhand opgelegd.

Maar Achab deed dat wel.. En daarvan zegt de Bijbel, dat hij daarmee de HERE nog erger krenkte dan allen die voor hem geweest waren.

En het is dan ook de verbondsGod, Jahwe, die nu optreedt, wanneer Achab het verbond verbreekt en Hem, de HERE vaarwel zegt.

De HERE stuurt nu zijn profeet en plaatst die tegenover Achab, om hem Gods oordeel aan te zeggen.

We lezen in 1 Koningen 17:1 voor het eerst van Elia. Zonder dat ons verteld wordt over zijn afkomst, zijn ouders, of over zijn roeping, verschijnt hier zomaar ineens Elia. Het enige wat van hem gezegd wordt, is dat hij komt uit Tisbe in Gilead. Aan de overkant van de Jordaan.

Elia, een bijzondere profeet. We zullen vanmorgen letten op het eerste optreden van Elia. Elia als profeet van God. En we letten daarmee ook op de boodschap die God door deze profeet aan zijn volk, en dus ook aan ons, doorgeeft.

thema:

Elia: Mijn God is Jahwe

1. de profeet:

2. zijn boodschap.

1.) Elia: Mijn God is Jahwe. De profeet.

Elia is een bijzondere profeet. Een profeet die op het volk Israël, ook op de joden, door de eeuwen heen een diepe indruk gemaakt heeft. Een profeet die in de Bijbel een bijzondere plaats heeft gekregen.

In de tijd van het leven en werken van de Here Jezus op aarde werd er zo ook over hem gesproken. Men verwachtte dat eerst Elia nog zou komen, voor de Messias kwam.

En dat komt uit de profetie van Maleachi, waar de HERE hem laat profeteren, in Maleachi 4 over de dag des HEREN die komen zal. Op die dag zullen de goddelozen en onrechtvaardigen gestraft worden voor hun goddeloze en onrechtvaardige daden. Maar over de gelovigen, die de HERE vrezen, zal de zon der gerechtigheid opgaan.

In vers 4 profeteert Maleachi: 'Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb.'

En aansluitend profeteert hij dan: 'Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt. Hij zal het hart van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.'

Op grond van die tekst zeggen de joden dat eerst Elia nog moet komen voordat de Messias komt. En de Here Jezus zegt dan ook in Matt. 11 : 14 dat Johannes de Doper de Elia is, die komen zou.

Trouwens ook al in Lucas 1:17, bij de aankondiging van de geboorte van Johannes, zegt de engel tegen Zacharias: 'En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten van de vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid van de rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden.' Deze woorden herkennen we uit Maleachi 4.

Uit dit alles blijkt al wel dat Elia een bijzondere profeet was.

Maar we komen Elia ook weer tegen in Matt. 17, bij de verheerlijking van de Here Jezus op de berg. Daar wordt Elia genoemd, ook weer samen met Mozes, net als in Mal. 4.

Het is opvallend dat juist Mozes en Elia met elkaar verbonden worden. Mozes is de grote man, door wie God zijn volk de wet gegeven heeft. Wanneer de joden het over de wet hadden, spraken ze ook vaak over Mozes.

En Elia was dan de voornaamste uit de profeten en staat daarmee ook voor heel de profetie.

De joden noemden het O.T. ook 'de Wet en de Profeten'. Daarbij staat dan Mozes als vertegenwoordiger voor de wet en Elia voor de profeten.

En we zullen Mozes en Elia ook weer samen tegenkomen in Openbaring 11, waar zij optreden als de twee getuigen. Daarop zal ik straks nog terugkomen.

Elia als profeet, die het volk moet wijzen op de wet van God en zo op het verbond dat God met het volk gesloten heeft, deze Elia stuurt God nu naar Achab toe.

Achab en Izebel vormen samen het toppunt van goddeloosheid en afval van de HERE. En daartegenover zet God zijn grote profeet Elia. We staan hier dus op een heel belangrijk moment in de geschiedenis van Israël. Israël staat op het punt nu echt definitief de HERE vaarwel te zeggen en zich van God te verwijderen. En juist op dat moment grijpt God in door zijn profeet Elia te sturen.

En het valt dan op dat Elia ook werkelijk totaal onafhankelijk is van Achab. Op geen enkele manier kan Achab ook maar enige macht op hem uitoefenen. Uit de volgende verzen van 1 Kon. 17 blijkt dat God Zelf hem van eten en drinken voorziet. Elia is daarvoor niet van mensen afhankelijk. Hij staat volledig in dienst van de HERE en wordt ook volledig onderhouden rechtstreeks door de HERE Zelf. Juist doordat hij zo van God afhankelijk is, kan hij ook volledig onafhankelijk staan tegenover Achab.

Elia, zijn naam zegt het al: Elia betekent: mijn GOD is JAHWE! Geen andere goden, geen Ba?l. Maar MIJN GOD IS JAHWE. Dat betekent dan ook: JAHWE is mijn kracht, Hij is mijn rots, op HEM alleen vertrouw ik. Naar HEM alleen zal ik ook luisteren. Elia's naam is zijn getuigenis. Het is ook zijn kracht.

En Elia staat daar dan tegenover Achab en presenteert zich als afgevaardigde, als profeet van de HERE, de God van Israël. Met nadruk zegt hij het zo. De HERE, de God van Israël. Want de HERE is de God van Israël. En daarmee wijst Elia direkt op de zonde van Achab, die de HERE niet als de enige God van Israël wil erkennen.

Daarmee is gelijk het hele probleem duidelijk gesteld waar het om gaat: wie is God voor Israël? Jahwe, de Verbondsgod, of Ba?l? Daarom gaat het in heel de confrontatie tussen Elia en Achab.

2.) Elia: Mijn God is JAHWE. De boodschap.

Elia, als profeet van God, zegt nu dan ook tegen Achab, als straf op Achabs goddeloosheid, dat er in het land geen regen meer zal vallen. Behalve wanneer Elia zelf dat zegt.

Moet u zich eens voorstellen wat dit was voor Achab en het volk. Baäl was de god van de vruchtbaarheid, samen met zijn bruid, de godin Astarte. Hij zorgde voor de zon en voor de regen.

En juist daarmee, met de regen, het onthouden van de regen, daarmee straft God nu Achab en het volk. Juist wat men aan Baäl en Astarte toeschreef.

Deze droogte kwam dan ook aan als een harde klap. Ook in buiten-bijbelse bronnen uit landen rondom Israël wordt gesproken over die grote droogte. Elke dag opnieuw staat de zon daar te branden aan de hemel, die als van koper is. En het land is als van ijzer. En door de droogte waait het stof op, als poeder en dat regende nu neer op hun hoofden.

Elke dag opnieuw baden de priesters tot Baäl en offerden en smeekten om regen. En er kwam geen regen. Elke dag opnieuw demonstreerde de brandende zon de onmacht van Ba?l. En ook 's nachts kwam er geen dauw op het land. Baäl gaf geen regen.

Het volk vertrouwde op Baäl, nou, dan moet Baäl maar regen geven. God doet het niet meer. En dus kwam er grote droogte.

God had zegen beloofd, toen Hij zijn verbond met het volk sloot. Maar God had ook gezegd dat die zegen zou komen, wanneer het volk Hem zou zoeken. Maar nu het volk andere goden achterna loopt, nu komt Gods straf.

Tegelijk zien we daarin toch ook Gods genade. God komt in zijn toorn naar zijn volk toe. Dat wel. Maar God doet dat niet zomaar. God wil namelijk dat het volk terugkomt bij God. Terwijl Gods toorn over het volk komt, is er tegelijk ook steeds een opening voor het volk om terug te keren en dan zal God het vergeven. Doordat God vasthoudt aan zijn verbond en zijn verbond niet opgeeft.

Het verbond, dat is het omgaan van de HERE met zijn volk. De HERE wil nog steeds met zijn volk omgaan. Daarom is het nodig dat Hij het volk straft.

God zoekt zijn volk nog op en probeert het nog terug te krijgen van zijn verkeerde wegen. God wil nog omgaan met zijn volk.

En daarin zien we Gods genade. Gods genade, die mogelijk is, omdat God de volle zwaarte van zijn verbondswraak later op zijn Zoon, de Here Jezus Christus, deed neerkomen. Die heeft het moeten meemaken dat God niet meer met Hem omging. Die heeft de volle toorn van God moeten voelen en dragen. Maar met het volk Israël wil God nog steeds omgaan en zij kunnen nog steeds terugkeren naar God en leven van zijn genade.

We zien hier Achab als het hoogtepunt in de openbaring van de zonde. De ongehoorzaamheid van Gods volk komt hier bij Achab tot een climax. En daartegenover zien we toch ook Elia, door God gezonden als een hoogtepunt in de openbaring van Gods liefde, de God van het verbond. Elia, daarmee als voorloper van de Here Jezus Christus.

We zien dat God trouw is, juist daarin dat Hij tegenover Achab nu Elia stelt. Elia, die Achab een halt toeroept in zijn afkeren van Jahwe, de God van het verbond.

Elia, die juist door de aankondiging van deze droogte Achab en Israël tot een keuze dwingt.

En we mogen dan ook verderop lezen dat er nog een rest is van zevenduizend, die hun knieën niet voor de Baäl hebben gebogen.

Deze droogte is, aan de ene kant, het gevolg van de zonden van het volk. Het vertrouwde op de Baäl, die zou hun regen geven. Daarom houdt God de regen in. Dan moet Baäl maar tonen dat hij het kan.

Maar tegelijk is het ook zo dat op het geb?d van El?a deze droogte opgeroepen wordt. Want het valt hier op, dat hier niet gezegd wordt dat Elia een opdracht krijgt van God om te spreken. Op andere plaatsen wordt dat wel telkens gezegd. God geeft de opdracht en Elia spreekt. Hier niet.

En we lezen in het NT in Jakobus 5:17 zelfs dat het op het gebed van Elia zelf is, dat deze droogte komt. Het initiatief is dus van Elia zelf uitgegaan. 'Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang: en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.'

Elia is het dus zelf die bidt om dit oordeel van God over Israël. Zo wilde Elia voor het volk heel duidelijk de onmacht van de Baäl demonstreren. Het ging Elia om de eer van God. Het ging hem om Gods koninkrijk.

Achab zocht zijn eigen eer en hij bouwde aan zijn eigen koninkrijk, in plaats dat hij de eer van God zocht en Gods koninkrijk.

Elia bidt om Gods oordeel over het volk, juist omdat hij wil dat het volk zijn God weer leert kennen en Hem zou dienen.

En zo was Elia's gebed een gebed in geloof.

In Jakobus 5 gaat het ook over het gelovige gebed. En een gelovig gebed is alleen mogelijk, wanneer het gebed zich baseert op Gods Woord. We moeten bidden, zo zegt toch ook de catechismus, om alles wat de HERE ons geboden heeft te bidden.

Maar kan Elia dan zelf het oordeel van God afbidden over het volk? Is dat dan een gelovig gebed? Wij zouden daar toch wel moeite mee hebben.

En toch kon Elia dat. Niet omdat hij zelf vond dat hij het maar moest doen. Nee, hij kon het, omdat hij in geloof naar Gods eigen Woord greep. God had het Zelf toch gezegd! En daarom bidt Elia het. In zijn gebed wijst hij de HERE aan wat Hij Zelf gezegd heeft. En hij houdt God eraan.

Want de HERE h?d toch gezegd dat het zo zou gebeuren. Mozes heeft het volk hier al voor moeten waarschuwen, voor wat er nu gebeurt. We lezen dat in Deut. 28.

Wanneer het volk niet gehoorzaam is in het dienen van de HERE en zich niet aan zijn geboden houdt, dan zullen al die straffen over het volk komen. En in vers 23 wordt dan gezegd: Ook zal de hemel boven uw hoofd van koper zijn en de aarde onder u van ijzer.

Het staat er dus heel duidelijk: God had dit van te voren aangekondigd over degenen die zijn verbond zouden verbreken. En het is onder Achab uitgekomen!

Elia doorzag, dat alle voorwaarden voor de vervulling van deze profetie aanwezig waren! En daarom kon hij er om bidden. Hij beriep zich op Gods eigen Woord. Elia kende Gods Woord heel goed. Hij wist heel goed wat God in zijn Woord gezegd had. Elia kende ook zijn eigen tijd heel goed. En zo wist hij toen: nu is het de tijd dat Gods profetie moet uitkomen. Het kan niet anders, want God heeft het Zelf gezegd. De omstandigheden zijn nu zo, dat het precies zo is als God het heeft aangekondigd, door Mozes. Elia bad tot God met een beroep op Gods EIGEN WOORD. En zo, door God aan zijn EIGEN WOORD te houden, bad hij een gebed, dat ook door God verhoord werd. Een gelovig gebed. En daarmee een heel krachtig gebed. God Zelf heeft Zich binnen het verbond aan zijn eigen Woord gebonden.

En God l??t Zich er ook aan binden, wanneer de gelovige in een gelovig gebed Hem eraan bindt. God l??t Zich dan ook door Elia verbidden en God doet het al die tijd niet regenen. En zo is het gebed van Elia krachtiger, veel krachtiger dan de sterkste aardse macht.

Tegelijk is het wel zo dat Elia's gebed niet op zich staat.

Het is niet zomaar dat Elia tot de ontdekking komt: hee, dit staat er in Deuteronomium 28 en zo is het nu in deze tijd, dus ik moet nu bidden of God de straf wil doen komen. Nee, het is de Heilige Geest van God, die Elia de ogen geopend heeft, allereerst voor Gods Woord en vervolgens voor zijn eigen tijd. En het is de Heilige Geest die hem er vervolgens toe aanzette om dit gebed te bidden. Zo gebruikt God Elia in zijn plan, in de manier waarop Hij werkt. Hij laat Zich door Elia verbidden, maar het is wel omdat Elia's gebed helemaal past in zijn plan met zijn volk en met de wereld. Het is wel helemaal het gebed van Elia zelf, maar het is niet zo dat Elia daarmee van God een wijziging afbidt in zijn plan.

God schakelde Elia in in dienst van de komst van zijn Koninkrijk. Door het geloof begreep Elia wat in die omstandigheden nodig was voor de komst van Gods koninkrijk. En hij bad. En God verhoorde.

Jakobus haalt niet voor niets dit voorbeeld van Elia aan. En ook de Here Jezus leert ons in het N.T. te vertrouwen op de kracht van het gebed. De kracht van het gelovige gebed. We kunnen niet zomaar alles bidden en dan van God maar verwachten dat Hij het verhoort. Waar het om gaat is, dat wij allereerst leren inzien, wat in dienst staat van Gods koninkrijk. Wat God daar Zelf over zegt in zijn Woord. En hoe dat in onze eigen tijd en omstandigheden past. En dan zullen wij bidden. In geloof. En dan kunnen wij een beroep doen op Gods eigen Woord. En dan heeft ons gebed kracht en zal God dat gebed verhoren.

Maar kunnen wij onszelf dan met Elia gelijk stellen? Elia, die grote profeet uit het O.T.? Zo kunnen wij toch niet bidden?

Ja, dat kunnen wij wel degelijk.

Ik wil hierbij wijzen op Openbaring 11, waar het gaat over de twee getuigen. Wie met aandacht dit gedeelte leest, zal daarin heel duidelijk Mozes en Elia herkennen. In deze twee getuigen, Mozes en Elia, wordt de kerk van Christus in het Nieuwe Testament getekend. En de macht die de gemeente van Christus heeft, wordt vergeleken met de kracht die de biddende Elia uitoefende.

Mozes en Elia staan symbool voor de Wet en de Profeten. Het Woord van God. God heeft zijn Woord, de verkondiging van zijn Woord, aan de kerk toevertrouwd. En de kerk heeft die gekregen om daarmee aan het werk te gaan in de wereld. En dan, als de kerk daarin trouw is, dan gaat daar kracht vanuit. Net zoals bij Mozes en Elia. In vers 6 wordt heel duidelijk dat verband gelegd: dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren: Dit herinnert ons aan Elia. En verder staat er: en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. En dat is overduidelijk een verwijzing naar Mozes en de tien plagen over Egypte.

De Kerk van Christus in het Nieuwe Verbond wordt hier gesymboliseerd door de twe grote ambtsdragers uit het Oude Verbond, Mozes en Elia. En het gebed van de KERK van Christus heeft dan ook kracht, net als bij Mozes en bij Elia. HEt is een zeer krachtig en geducht wapen, waarmee de kerk van Christus in deze wereld staat. Laten we daar dan toch absoluut niet gering over denken! De KERK heeft de macht plagen over de wereld af te bidden, telkens wanneer dat nodig is. Telkens wanneer dat voor de vervulling van haar roeping nodig is!

Uit alles wat ik tot nu toe gezegd heb, zal wel blijken dat het natuurlijk niet zomaar kan. Als we graag wonderen zouden zien, dan kunnen we niet zomaar bidden en de berg zal zomaar van de ene plaats naar de zee verplaatst worden. Het gaat er wel om dat het een gelovig gebed is. Net zoals bij Elia. Maar wanneer het in de dienst van Gods koninkrijk, bij de vervulling van haar taak noodzakelijk is, dan moet de kerk ook weten, dat haar gebed zeer krachtig is! Dan moet de kerk zich ook bewust zijn van de macht van dat wapen dat God haar in handen gegeven heeft!

De gemeente van Christus in deze wereld is geen speelbal in de hand van de wereld! Nee, zij zal ZELF, biddend naar het Woord van de HERE, het lot van haar vijanden beslissen! En zo bidt de kerk van de HERE, zo bidt zij de HERE om ook met haast terug te komen. En daarmee ook te komen met zijn gerichten en oordelen over de wereld. We weten toch dat die oordelen komen zullen. Wij kennen toch Gods Woord, dat die oordelen aankondigt over hen die zich niet bekeren, over hen die zich verharden?

Wij hebben toch Gods Woord! En dat Woord zegt het ons.

En daarom zullen wij ook geloven, dat wij als kerk van Christus kracht bezitten. Niet zomaar. Wel in het geloof. Dat betekent dat wij, willen wij dit wapen van het gebed goed hanteren, dat we allereerst Gods Woord goed zullen moeten kennen. En vervolgens ook onze eigen tijd heel goed zullen moeten kennen.

Maar dan mag de kerk ook de zekerheid hebben dat zij macht heeft over haar vijanden. Zolang de kerk de taak heeft in deze wereld als getuige van God, zolang zal zij door het gelovige gebed in staat zijn haar taak te vervullen. Hoe groot ook de tegenstand is vanuit de wereld. Vanaf vers 7 in Opb. 11 wordt verteld wat er gebeurt als zij haar taak volbracht heeft. Ik zal daar nu niet verder op ingaan, daarvoor is het hier nu niet de gelegenheid.

Wel moet duidelijk zijn, dat wie bidt om de voortgang van Gods evangelie, niet anders kan dan tegelijk ook bidden om Gods gericht over hen die volharden in hun verwerping van Gods Woord. Die zich tot het einde toe tegen Christus en zijn Geest en tegen de kerk blijven verzetten.

Maar tegelijk is het ook zo dat het bidden om Gods oordelen en gerichten over deze wereld ook nog een bidden is om Gods genade over de ongelovigen. God is nog genadig. God doet zijn gerichten nu nog over de aarde gaan, om daarmee de wereld op te roepen tot bekering. Er is nog gelegenheid tot bekering. Uit het boek Openbaring blijkt ook wel dat dat het doel is van Gods oordelen. Gods oordelen bewerken zo: geloof of ongeloof.

Elia bad om Gods oordeel over de verbondsbreuk van zijn volk. Tegelijk zit er in Gods oordeel over zijn volk ook nog een element van genade. Gods oordeel is niet definitief. Bekering is mogelijk. Omdat Gods volle toorn op Christus is neergekomen. God kwam in zijn toorn naar Israël toe, maar Hij bleef tenminste nog komen. Hij bleef om hen geven. Hij bleef aan het verbond vasthouden en deed nog steeds een beroep op zijn volk.

Dat was bij Christus niet zo. God kwam niet naar Hem toe, in het uur van Gods oordeel over Hem. Hij leed alleen. Hij was door God verlaten.

God komt in zijn oordelen nu nog steeds naar de wereld toe. Naar de mensen. Want Hij geeft nog om de wereld. Hij wil dat de wereld zich bekeert. Er is nog genade. In Christus.

Daarom is een bidden om Gods oordelen tegelijk ook een bidden om Gods genade.

Bidden om verheerlijking van Gods naam! Ook wanneer Hij in zijn barmhartigheid zijn oordelen wel over de wereld doet gaan, maar nog steeds de wereld tegelijk ook blijft oproepen tot bekering. Bekering tot Hem. Want Hij is God en niemand anders. Alleen bij Hem is dan ook leven te vinden.

Amen.

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2020 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter