Home Winkel Links Preken Forum Overdenkingen Agenda Contact

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel 8. Vakanties & Reizen 9. Nieuwsbrief Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen

Aangepast zoeken
 

Kinderdoop of volwassendoop? (1 Korinthiërs 7: 10-16)
Preek afkomstig van Ds. J.C. Schaeffer van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Nunspeet.

           

Liturgie

Voorzang: Psalm 9, 1. 5 en 6
Votum en Groet
Zingen: Gezang 255, 2
Gebed om het licht van de Heilige Geest
Schriftlezingen:
Psalm 87 en 1 Corinthi?rs 7,10-16
Zingen: Psalm 87, 3 en 4
Preek over Zondag 27, vraag en antwoord 74
Zingen: Gezang 332
Dankzegging en voorbeden
Inzameling van de gaven
Geloofsbelijdenis (gezongen)
Zegen

Preek

Thema: Kinderdoop of volwassendoop?
Ten dienste van het gesprek tussen gereformeerden en evangelischen.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus!

Jaren- en eeuwenlang is in de Gereformeerde wereld de kinderdoop een volkomen vanzelfsprekende zaak geweest.
Daar was nooit discussie over.
Ja, wel over de vraag wat de betékenis was van de kinderdoop.
Daar zijn zelfs in oorlogstijd de Gereformeerde Kerken om gescheurd.
Maar dát onze kinderen gedoopt mogen worden, daar was geen twijfel aan.

Vandaag wordt deze vanzelfsprekendheid zo onder ons niet meer gevonden.
Op dat punt is er wezenlijk iets veranderd.
Bij jongeren en ouderen komen er soms heel sterke twijfels boven of het dopen van kleine kinderen wel echt Bijbels verantwoord is.
De kinderdoop mag misschien oude papieren hebben, maar valt hij echt klaar en helder te verdedigen?

Eén van de redenen waarom deze vraag in de Gereformeerde wereld actueel is geworden, is de toenadering tussen christenen van gereformeerde komaf en christenen van - zeg maar: evangelische snit.
Op allerlei terreinen - de E.0., de E.H., de E.A., bij evangelisatieactiviteiten, noem maar op - overal zijn er stevige kontakten gegroeid.
En ook is de overtuiging gegroeid, dat we in deze tijd van ontkerkelijking en geloofscrisis elkaar hard en hard nodig hebben.
Want er is duidelijk herkenning van fundamentele eenheid in geloof en ervaring.

Maar het kan niet anders of in die contacten met onze evangelische broeders en zusters zal ook de verschillende visie op de doop ter sprake komen.
En ik hoop voor een lief ding, dat zo'n gesprek gevoerd zal worden in een sfeer van openheid en bereidheid om naar elkaar te luisteren.
Want ik denk, dat gereformeerden en evangelischen elkáár op dit punt wat te zeggen en te bieden hebben.

Ik zeg bewust: elkáár!
Ik ben ervan overtuigd dat gereformeerden aan evangelischen iets ter overweging kunnen geven.
Ik geloof, dat de kinderdoop niet alleen oude, maar ook Bijbelse papieren heeft.

Maar van hun kant hebben de evangelischen ons zeker ook iets te zeggen.
Zij hebben niet voor niets afstand genomen van de kinderdoop, zoals zij die zo vaak hebben belééfd en erváren.
En op zulke punten zullen wij hen moeten laten uitspreken.

Eén van de dingen, waar bestrijders van de kinderdoop grote moeite mee hebben is de vanzelfsprekendheid waarmee kinderen vaak gedoopt worden.
Met name in de grote kerken - de RKK, de Hervormde Kerk, vaak ook in de grote Gereformeerde Kerken - is er een dooppraktijk, waarbij elke doopaanvraag nagenoeg zonder uitzondering wordt gehonoreerd.
Ook kinderen van ouders, die nauwelijks nog in de kerk komen en zo goed als geen band meer met de gemeente hebben, worden vaak zonder enig bezwaar gedoopt.

Ik denk ook aan wat je in andere landen ziet: grote volkskerken met talloze leden voor wie de doop van hun kind zo'n beetje het enige is wat men nog aan godsdienst doet.
Of de ouders van zo'n kind gelovig zijn en hun kind in dat geloof zullen opvoeden - daar wordt nauwelijks naar gevraagd.
Maar de doop mag niet ontbreken. Stel je voor!

Ja, de doop van zo'n kindje krijgt haast een magische betekenis.
In ons oude doopsformulier staat nog de waarschuwing, dat de doop niet uit gewoonte of bijgelovigheid mag worden verlangd.
Maar zeker in de volkskerken is dat wel degelijk het geval!

Nu, ik kan me heel goed voorstellen, dat onze evangelische broeders en zusters hiertegen grote bedenkingen hebben.
Kinderdoop, die niet wordt opgevolgd door christelijke geloofsopvoeding, is bederf van het beste.
Zo'n doop komt totaal niet tot zijn recht.
Want de doop van kleine kinderen roept om welbewuste opvoeding in de waarheden van het evangelie en om inwijding in de geheimen van het leven met Christus.

En ik kan me voorstellen, dat een evangelische broeder of zuster, die zelf ooit als kind gedoopt werd - maar bij wie de doop in eigen leven zo weinig betekenis heeft gekregen, omdat men de doop nooit door een bewuste opvoeding heeft leren zien als een bron van kracht en hoop - ik kan me indenken, dat zulke gelovigen daardoor ook weinig waarde aan hun doop hechten.
En juist vaak omdat ze dringend behoefte kregen aan dergelijke bemoediging hebben ze een andere kijk op de doop gekregen.
Meestal met het gevolg, dat ze zich lieten overdopen.
Of, zoals ze zelf zullen zeggen, om nu pas echt gedoopt te worden.

Daar kunnen we het wel niet mee eens zijn.
Maar we zullen er voor moeten oppassen zulke gelovigen te beschuldigen van verachting van hun doop.
Integendeel, ze gaan er vaak heel wat serieuzer mee om dan menigeen voor wie het dopen van zijn kinderen een automatisme is, waar nauwelijks over wordt nagedacht.

Wat we hieruit moeten leren is, dat de doop het begin van de christelijke geloofsopvoeding behoort te zijn.
Als de kinderdoop dat niet is, dan komt hij niet tot zijn recht.
En dan hebben we geen verweer tegen hen, die ons hierop aanvallen.

Dan denk ik bij christelijke geloofsopvoeding allereerst aan het bijbrengen van een bepaald gedragspatroon.
Een kind moet de gewoonten en manieren leren, die horen bij het christen-zijn.
Al wie met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan.
Leren zingen, leren bidden, leren bijbellezen, naar de kerk leren gaan en naar club en catechisatie.
Leren waar het in de Bijbel om gaat, wat de bijbelse kernbegrippen zijn: liefde, zonde en genade, schuld en vergeving, hoop en verwachting.
Kennis opdoen van de geschiedenis van het heil.

Christelijke geloofsopvoeding is ook dat je je kind een bepaalde levensbeschouwing aanreikt.
Een geheel van normen en waarden.
Dat het leert te onderscheiden tussen goed en kwaad.
Tussen waar en onwaar.
En waaróm iets goed of kwaad, waar of onwaar is.
Waaróm we het ene moeten nastreven en het ander moeten verwerpen.
Het gaat hier om de standpunten en overtuigingen, die te maken hebben met de zin van ons bestaan.
Die samenhangen met ons beeld van God en met ons zelfbeeld en met ons wereldbeeld.
Christelijke geloofsopvoeding zal erop gericht zijn, dat onze kinderen een door de Bijbel bepaalde kijk op het leven ontvangen.

Maar hiermee is het belangrijkste van de christelijke opvoeding nog niet gezegd.
Want christelijke opvoeding is méér dan het bijbrengen van christelijke manieren.
Christelijke geloofsopvoeding is ook meer dan het overdragen van een christelijke geloofsovertuiging, een christelijke kijk op het leven.

Christelijke geloofsopvoeding is vooral dat je als ouders alle invloed, die je hebt op je kind, gebruikt om het te brengen bij zijn Heer en Heiland.
Om het zo ver te brengen, dat het vol vertrouwen en overgave zijn hand legt in de hand van zijn Schepper.
Christelijke geloofsopvoeding is vooral, dat je je kind helpt om persoonlijk met zijn Heer in deze wereld te leven.
Christelijke geloofsopvoeding is, dat je je kind leidt tot de geestelijke volwassenheid, waarin het niet meer gelooft op gezag van vader en moeder, maar omdat het zichzelf weet aangesproken, omdat het zichzelf weet getrokken, omdat het zichzelf weet opgenomen in gemeenschap met de Heer van zijn leven, van hét leven.

Dat betekent ook, dat er een moment komt, dat je als ouders terugtreedt.
En dat is een hele opgave!
Maar toch, langzamerhand hoort de opvoeding over te gaan in de voorbede voor je kind.
Dat je bidt, dat het zelf gaat lopen aan de hand van Vader.
En dat Vader beslag legt op het hart van je kind, Zíjn kind!
Want het is toch gedoopt?

Ja, inderdaad, het is gedoopt.
En juist die doop mag onze geloofsopvoeding beheersen.
Dat blijven we als gereformeerde gelovigen met hart en ziel belijden.
De doop is allereerst een daad van God.
Maar het is een daad, die op een antwoord wacht.
Het antwoord van het geloof.

En daarom kennen we in onze gereformeerde traditie ook dat plechtige moment, waarop dat antwoord wordt gegeven.
Het moment van de geloofsbelijdenis in het openbaar.

Ook dat mag geen automatisme worden.
Er moet voor worden gewaakt, dat ieder dat doet in volledige vrijheid.
Dat het niet gebeurt onder druk van de ouders.
Dat het niet gebeurt omdat de hele catechisatiegroep het doet en de enkeling niet wil achterblijven.
Het moet een eerlijk gemeend antwoord op Gods daad bij de doop zijn, dat met open ogen wordt gegeven.

Dit geloofsantwoord hóórt bij de doop.
Als een kind gedoopt wordt, kan het zelf nog geen ja zeggen.
De ouders belijden dan hun geloof.
Maar dat kan nooit bedoeld zijn als vervanging van het antwoord van hun kind. Niemand kan geloven in plaats van een ander.
Het gedoopte kind zal zelf het jawoord moeten geven.

Iemand heeft eens gezegd, dat het doen van belijdenis eigenlijk een stukje uitgestelde doop is.
Op zichzelf is daar best wel wat op aan te merken.
Want dat suggereert min of meer, dat de doop zelf nog niet compleet is zonder dat geloofsantwoord.
En in verschillende perioden, waarin over de betekenis van de doop fel gestreden is, is van gereformeerde zijde juist altijd benadrukt, dat de doop van kinderen wel degelijk af is.
En we bedoelden dan, dat er van Gods kant niets meer bij hoeft.
In de doop heeft God zich volledig uitgesproken.
In en bij de doop heeft God al zijn genegenheid en al zijn schatten aan de dopeling toegezegd.
God heeft zonder enige terughouding de dopeling zijn liefde verklaard.

Maar juist daarom roept de doop om antwoord.
Juist daarom mag de reactie van de dopeling niet uitblijven.
Juist daarom zal de doop bij de ouders de drijfveer zijn om hun kind zo op te voeden, dat het tot dit antwoord komt.
Dat het in elk geval de keus maakt: voor of tegen de God van zijn doop.
En in elk ouderhart zal de bede leven: O God, maak u Zelf zo duidelijk aan mijn kind bekend, dat het U leert liefhebben met hart en ziel!

En nogmaals, zo, in het vrijwillig gegeven geloofsantwoord op latere leeftijd, komt de doop tot vervulling.
Het Woord van God bij de doop: Jij bent mijn kind! komt tot vervulling in het antwoord: Abba Vader, U alleen, U behoor ik toe!

Als we dan nog even weer terugkeren tot onze evangelische broeders en zusters, dan is het opvallend, dat in hun opvatting van de doop het antwoord van de gelovige eigenlijk het één en het al is.
Zij láten zich dopen.
En daarmee geven ze te kennen, dat zij gelovigen geworden zijn.
De doop is alleen nog maar antwoord.
De doop is alleen nog maar uitdrukking van het geloof van hem of haar die zich laat dopen.

Maar dat er bij en in de doop eerst een Woord tót ons gesproken is, dat de doop allereerst een belofte van Góds kant inhoudt, komt in hun denken nauwelijks tot z'n recht.
Dat er in de doop allereerst een beweging is van God uit naar óns toe, wordt door hen vaak niet onderkend.
Er is alleen maar sprake van een beweging van ons uit naar God toe.

Nu zei ik al in het begin, dat dit denken te begrijpen is als een reactieverschijnsel.
Tegenover het objectivisme dat met name in de grote volkskerken heerst en waarbij rondom de kinderdoop totaal niet wordt aangedrongen op een persoonlijke geloofsbeslissing, is men terecht gekomen in het subjectivisme, waarin die persoonlijke geloofskeuze juist het één en het al is.
En ja, dan is er geen ruimte voor de kinderdoop.

Nu kan ik niet vaak genoeg herhalen hoe belangrijk inderdaad die persoonlijke geloofskeuze is.
Maar dan wel als ánt-woord op het Woord, dat aan al ons spreken en denken vooraf gaat.
De doop is allereerst een sacrament.
De doop is allereerst een middel van genade, dat ons tot leven roept en ons in leven houdt.
De doop spreekt ons allereerst van God, die ons in het offer van Christus voor is met zijn liefde.
En met name de kinderdoop wijst ons op de verrassende genade van God, die ons deed geboren worden in een gezin, waarin Hij gekend en aanbeden wordt.

De barmhartigheid van God, die ons zo opnam in zijn verbond nog voordat we ons van ons zelf bewust waren.

Door de doop zijn onze kinderen geheiligd.
Ik denk aan wat we lazen in 1Kor. 7,14.
Daar heeft Paulus het over een situatie, waarin een gelovige vrouw getrouwd is met een niet-gelovige man.
Het gaat duidelijk om een situatie, waarin de vrouw tot geloof gekomen is in haar huwelijk.

En dan zegt Paulus, dat die ongelovige man geheiligd wordt door de gelovige vrouw.
En ook hun kinderen zijn heilig.
Daarmee zegt Paulus niets over het hart van die man en niets over het hart van die kinderen.
Nee, hij spreekt dan over de sfeer, waarin man en kinderen leven door het geloof van die vrouw.
Die vrouw heeft zich toegewijd aan Christus.
En daar gaat - dat kan niet anders - invloed van uit op haar man en op haar kinderen.

En als vader en moeder beide toegewijde gelovigen zijn, dan kennen hun kinderen het voorrecht te leven in de invloedssfeer van Gods liefde.
Daarvan is de doop een teken en zegel.
Maar dat is dan ook voor de gedoopte kinderen een prikkel te meer om dat voorrecht te waarderen en er dankbaar op in te gaan.

En voor de ouders is het als het goed is een prikkel om hun kinderen daarvan bewust te maken.
Het mag voor u ook een steun in de rug zijn.
Uw kinderen zijn Gods kinderen.
Niet door hun geloof of door hun gedrag, dat daar soms dwars tegenin schreeuwt.
Maar vanwege de belofte van God, die in de kinderdoop zichtbaar is gemaakt.

Nu is het opvallend, dat in evangelische kringen de gewoonte bestaat om een kind kort na de geboorte in een samenkomst van de gemeente wel aan God op te dragen.
Blijkbaar leeft ook daar toch de behoefte om op één of andere wijze te laten zien, dat het kind er wel bij hoort.
Of om in elk geval het vurige verlangen uit te spreken, dat het er bij zal gáán horen.

Maar hoe welgemeend dat ook is, het blijft bij het opdragen van zo'n kind beperkt tot menselijke handelingen en menselijke woorden.
Het zijn de ouders, die in geloof handelen.
Het is de kerk, die in geloof bidt.
Prachtig op zich zelf!
Maar nogmaals, het is weer alleen de beweging van mensen naar God toe.

De kinderdoop weet van Gods beweging naar ons toe.
Daar blijft het niet bij vrome wensen van mensen en bij vurige gebeden.
Maar er is het Woord van onze God, dat met de grootst mogelijke duidelijkheid en zichtbaarheid belooft en verklaart dat de Schepper van hemel en aarde dit kind aanneemt tot zijn kind.
En alleen in dat kader krijgen onze wensen en gebeden de juiste plaats.

Kortom, laten we van onze evangelische broeders en zusters vooral leren, dat het leven in gemeenschap met God niet zonder een bewust gegeven antwoord kan.
En dat alle opvoeding daarop uit moet zijn.
Maar laten wij zelf tegenover hen vasthouden aan de overtuiging van de voorrang van het Woord van God.
Dat Woord van God, dat al tot ons komt voordat we ons van onszelf bewust zijn.
Geloofd zij de God van het Verbond, die zijn liefde verklaart aan de gelovigen én hun kinderen!

AMEN.


Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk de predikant hiervan op de hoogte te stellen. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 















| Copyright 2003-2010 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer