Home Inloggen Winkel Contact
 
Zoekbox
     
 
Zoekbox
Topmenu
Topmenu Home Topmenu Winkel Topmenu Links Topmenu Preken Topmenu Kerken Topmenu Overdenkingen Topmenu Agenda Topmenu Contact Topmenu
Topmenu

Afdelingen 1. Algemeen 2. Kennis Bassin 3. Kinderen 4. Meeting People 5. Muziek 6. Pastoraat 7. Winkel Bron toevoegen Beheer Informatie Diversen
Aangepast zoeken
 

GOD BESCHERMT DE GELOVIGE. (Psalmen 34)
Preek afkomstig van Hans. J. F. van Veen. Sen. Pastor van de te Budel (NB).

       

Liturgie

WIE IS DE MAN (VROUW) DIE LUST HEEFT TEN LEVEN, DIE DAGEN LIEFHEEFT OM HET GOEWDE TE ZIEN.

LEZEN: PSALM 34: 1-15

Preek

Wie is de man die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft om het goede te zien?

Lezen: Psalm 34 (Oud en Nieuwjaar - - - God beschermt de gelovigen)

Sleuteltekst: Psalm 34: 1-15
(Alle aangehaalde teksten zijn deels uit de Staten Vertaling, en deels NBG Vertaling)

Het is vandaag weer zo’n fameuze Zondag tussen de twee “feestdagen” in; die week tussen Kerstfeest, en het meer wereldse Nieuwjaar, waar we zo’n beetje symbolisch een punt zetten achter het voorbije jaar, en elkaar - - - al dan niet gemeend - - - onze beste wensen voor het volgend jaar aanbieden.
Ook hoor ik vaak mensen, die niet zo tuk zijn op het vieren van de jaarwisseling, die eigenlijk een beetje zinloos, een lege vertoning zonder betekenis en zonder hart vinden. Misschien is dat ook dikwijls zo, en toch, - - - toch denk ik dat we het nodig hebben om zo van tijd tot tijd eens een punt te kunnen zetten, een denkbeeldige lijn te kunnen trekken en misschien, - - - al is het maar heel even - - - het gevoel te hebben dat we weer met een schone lei kunnen beginnen.
Ik geloof dat het inderdaad goed is dat we zulke gelegenheid niet enkel gebruiken om wat plezier te maken en een heildronk uit te brengen op de toekomst, maar dat het ook de juiste tijd mag zijn om even stil te worden, even stil te worden voor de Heer, om zo de balans weer op te maken. Het is een goed moment om even niet verder te hollen, maar om kort stil te staan en te kijken waar we nu eigenlijk gekomen zijn.

Het doet denken aan een trektocht . Je stapt maar flink door. Het is zo boeiend en er is veel te zien en te beleven in de natuur om ons heen en je hebt bij tijden ook al je energie nodig, om bijvoorbeeld tegen een helling op te klimmen. Maar dan moet er toch van tijd tot tijd een moment komen waarop je even stilstaat, je stafkaart en je kompas uit je rugzak neemt en eens rustig bekijkt waar je nu eigenlijk gekomen bent. Anders loop je het risico dat je wandeling op een heel ander punt eindigt dan op de plaats waar je had willen aankomen. De dagen rond een jaarwisseling zouden zo’n moment van oriëntatie kunnen zijn. - - - -

Misschien denken sommigen van ons wel; ik vind het helemaal niet zo’n geschikt moment om halt te houden en terug te blikken op de weg die ik de afgelopen 12 maanden gegaan ben. Het is voor mij niet bepaald een periode met veel hoogtepunten of met veel opbouwende momenten geweest. Er zijn zelfs heel wat dingen gebeurd waar ik nu niet bepaald trots op kan zijn. Ik heb me dit jaar tegenover de Heere en tegenover de anderen nu niet bepaald mijn beste kant laten zien - - -

Dan loop je waarschijnlijk rond met het zelfde gevoel dat David had toen hij Psalm 34, welke we net hebben gelezen, neerschreef. De man die deze Psalmen verzamelde en bundelde heeft het voor het nageslacht willen vastleggen: Dit lied werd gemaakt toen David zich bij Abimelek als een waanzinnige gedroeg en er werd weggejaagd, en hij moest beschaamd heengaan. - - -
Wanneer we ons deze geschiedenis niet meer kunnen herinneren, dan kunnen we ze nalezen in het 21e hoofdstuk van 1 Samuel.
Het is toch wel wonderlijk dat David precies dan, op zo’n moment, een loflied neerschrijft. Want dat is het: we lezen het al van bij de plechtige aanhef:
“Ik wil de Here te allen tijde prijzen, bestendig zij zijn lof in mijn mond;
In de Here beroeme zich mijn ziel; laten de ootmoedigen het horen en zich verheugen”.
Wat een voorbeeld van David! Het is niet omdat mijn leven, in het recent verleden, er dingen gebeurd zijn waar ik niet bepaald trots op kan terugblikken, dat er geen reden zou zijn om de Here te loven! Integendeel, zegt David: Zijn lof is bestendig in mijn mond.
Want juist op de momenten waarop ik zo klaar tot het besef kom dat ik zeker niet bepaald fier op mezelf kan zijn, dan juist wordt het nog eens zo duidelijk dat we altijd en overal op de Here kunnen beroemen. Mijn eigen fouten stemmen tot nederigheid, tot ootmoed, maar in het loven van mijn God kan ik mij verheugen, en hij nodigt meteen anderen uit om hetzelfde te doen:
“Maak met mij de Here Groot, en laat ons tezamen zijn naam verheffen”.
En nadat hij in het vijfde vers de reden van zijn loflied kort samenvat, vervolgt hij:
“Zij schouwen naar Hem en stralen van vreugde, en hun aangezicht zal niet schaamrood worden”.
Dat kan ook onze ervaring zijn, wanneer we gefaald hebben, wanneer we de Here hebben teleurgesteld. Normaal moeten we schaamrood worden, als we op onze tekortkomingen terugblikken.
Maar het kan ook anders, op voorwaarde dat we ons in alle nederigheid tot God wenden, onze eigen kleinheid en Zijn grootheid erkennen. Dan kunnen we terug opstaan en met een heel ander gevoel verder wandelen, met onze blik op Hem gevestigd en stralend van vreugde! Wanneer we zo, op een positieve manier, de “vreze des Heren” mogen kennen, dan kan ons datgene te beurt vallen wat David verder in deze psalm, in vers 13 beschrijft, en naar mijn gevoel staat dit nog veel mooier in de Staten Vertaling;
“Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?”
Want dat is wat de Here voor ons wenst. Hij wilde altijd al het beste voor degenen die Hem liefhebben. - - - Hij wil dat we vreugde en goedheid in ons leven kunnen ervaren. “Lust ten leven”, omdat Hij ons volkomen heeft vrijgemaakt; dagen om lief te hebben en het goede te zien, omdat al wat echt goed is voortkomt uit Zijn geweldige, vaderlijke goedheid.
En daarmee zijn we opnieuw aangeland bij de vraag waar we vandaag bij willen stilstaan.
Wanneer wij deze dagen even een moment van bezinning nemen, als we even de tijd nemen om te kijken waar we op onze tocht met de Here gekomen zijn om ons terug te oriënteren en we blikken even terug op de weg die we het afgelopen jaar hebben afgelegd, hebben wij dan diezelfde aandrang om de Heere te loven en groot te maken? Komen wij dan ook tot het besef dat we alle reden hebben om God dankbaar te zijn en ons te verheugen in al het goede dat uit Zijn hand komt?
Of zien we het helemaal niet zo? Hebben we meer de neiging om bij deze terugblik een zucht van teleurstelling en van ontmoediging te slaken? Voelen we ons eerder droevig en blijven we maar kijken op al die fouten en op al die tekortkomingen en op al die gemiste kansen die we zien, in ons eigen leven of in dat van de anderen, van onze broeders en zusters, van onze gemeente?
Lieve mensen, als dit nu inderdaad zo is, dan is er een grote kans dat er iets mis is in onze verhouding tot de Here of in onze verhouding tot anderen. Dan slepen we onszelf misschien voort met een totaal verkeerde ingesteldheid en dan is het nodig, zelfs levensnoodzakelijk, dat we nauwkeurig onderzoeken waarom we ons niet kunnen verheugen, hoe we ons de Vreugde des Here - - - waarvan de Schrift zegt dat ze onze kracht moet zijn - - - hoe we ons deze vreugde hebben laten ontfutselen.
Ach zegt u misschien: de omstandigheden van het leven zitten me niet bepaald mee, - - - het is me de afgelopen tijd, het afgelopen jaar, niet erg voor de wind gegaan. Er zijn heel wat zorgen geweest; er is veel verdriet op me afgekomen. Ik werd gekweld door ziekte - - - ik heb geleerd wat eenzaamheid is - - - ik ben behoorlijk teleurgesteld geweest in mijn medemensen.
Lieve mensen, dat kan best zijn. Het leven zal inderdaad niet altijd over rozen gaan. Een bekend Frans schrijver stelde eens in een brief; “Je zult op je weg grasvelden en keien tegenkomen, maar heel wat meer keien dan grasvelden”.
En toch lieve mensen zouden die moeilijkheden waar we misschien elke dag van ons leven mee geconfronteerd worden onze innerlijke vreugdeniet mogen verdrijven. De vreugde die de Heere ons geeft moet ons in staat stellen om tegenslagen en ontgoochelingen te trotseren.
Denken we in moeilijke situaties niet vaak terug aan apostel Paulus? We lezen in het boek Handelingen en in zijn vele brieven dat het hem zeker niet altijd voor de wind ging. Hij leerde maar al te goed wat moeite en honger en ontbering was. Paulus werd dikwijls bespot, geslagen, en voor de rechtbanken gesleept. Hij werd gegeseld en een keer bijna gestenigd. Hij leed schipbreuk en werd gevangen gezet. Was er bij nader inzien een persoon die met meer`recht en reden had kunnen zeggen: “de omstandigheden hebben me niet erg meegezeten?”
Lieve mensen, maar dat zegt of schrijft de apostel nooit, - - - integendeel! Paulus wil zijn vreugde niet kwijt raken. Hij roept het in een van zijn brieven uit, dat hij zich de prijs niet wil laten ontnemen, door niets en door niemand. En hij grijpt slechte omstandigheden niet aan als een verontschuldiging; in tegendeel, hij schrijft:
“Niet dat ik dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen”. (Philippenzen 4:11)
En dat deed Paulus, niet enkel met woorden maar ook in de praktijk. Voor hem waren alle omstandigheden gunstig om zijn Heer te dienen, zelfs ontbering, tegenwerking en gevangenschap. Paulus zag dit niet als een reden om met zijn hoofd in de handen langs de kant van de weg te blijven zitten, maar als nieuwe kansen, die de Heer hem gaf om zijn vreugde verder door te geven.
En die vreugde was er in zijn leven, en daarom kon hij op zeker moment, toen hij gevangen zat getuigen:
“IK wou dat iedereen was zoals ik, behalve dan deze ketenen”. ( Handelingen 21 en 28)
Lieve mensen, waren mijn of uw omstandigheden in het afgelopen jaar zoveel zwaarder dan die van Paulus, dat we daardoor onze vreugde wel moesten verliezen, of hebben verloren, en weet u, vaak denken wij dan - - - “ach neen, mijn persoonlijke omstandigheden,, ach, dat valt nog best wel mee. Ik heb helemaal niet te klagen of ik kan me er ook best in schikken. En toch is er geen vreugde in mijn hart, toch heb ik geen reden om met een loflied op mijn tong het afgelopen jaar te overzien. - - - Want onze gemeente, de andere broeders en zusters, - - - eigenlijk ben ik toch wel vaak teleurgesteld. Het is echt niet wat het zou kunnen of moeten zijn. Meestal een wat lauwe bedoening, waar ik zo weinig bemoediging of steun onder vind. Als ik daar naar kijk, dan kan ik de Heere niet bepaald loven en prijzen”.

Lezen: 3 Johannes : 1

Laten we eens gaan naar die derde Johannes brief. Mij zijn daarbij toch wat dingen op gevallen. - - - Deze derde brief van Johannes is gericht tot een persoon, tot een zekere Gajus. Johannes schrijft hem aan met “de geliefde Gajus”. We weten maar heel weinig van deze man. - - - Er worden in het Nieuwe Testament nog andere christenen vernoemd die de naam Gajus droegen, maar het is erg onwaarschijnlijk dat het steeds over dezelfde broeder gaat.
Van deze Gajus lezen we nu wel, dat de apostel Johannes hem blijkbaar erg waardeerde.
Vooral om de grote gastvrijheid die hij aan de rondtrekkend evangelie- predikers betoonde. Johannes schreef dit korte briefje blijkbaar om Gajus te bemoedigen. Hij laat weten hoeveel plezier het hem deed, toen hij van andere broeders mocht horen welk een positief getuigenis er van Gajus uitging. Hoe hij het niet naliet andere broeders zijn hulp en zijn gastvrijheid aan te bieden met heel veel liefde, zelfs al waren velen onder hen voor Gajus vreemdelingen, - - - mensen van wie hij enkel wist dat ook zij de Here liefhadden en wilde dienen.
Wat een geweldig getuigenis voor de Here en voor het evangelie! Wat een positieve, vreugdevolle inzet van deze broeder.

En toch, lieve mensen, - - - toch meen ik uit deze brief van bemoediging te mogen opmaken dat het in de gemeente waartoe Gajus behoorde, helemaal niet zo goed ging. Want in het 9e vers schrijft Johannes: “Ik heb aan de gemeente één en ander geschreven - - - ” We kunnen ons natuurlijk afvragen over welke gemeente het zou gaan, maar ik denk dat we gerust mogen veronderstellen dat het hier de gemeente bedoeld wordt waartoe Gajus behoorde, want waarom zou Johannes het anders zo maar over “de” gemeente hebben?
We kunnen uit de volgende verzen ook opmaken dat het in deze gemeente de verkeerde kant op ging, en nog niet zo’n klein beetje. En het is bijna zeker dat Johannes hen had aangeschreven, om sommigen onder hen te vermanen. Maar hij moet tot zijn verdriet vaststellen dat hij hiermee geen resultaat boekt:
“Ik heb aan de gemeente een en ander geschreven; maar Diótrephes, die onder hen de eerste tracht te zijn, ontvangt ons niet”. (3 Johannes:9)
Die gemeente werd dus blijkbaar overheerst door een man die het enkel en alleen om zijn eigen macht te doen was. Diótrephes was er op uit om de eerste, de voornaamste te zijn, en waarschijnlijk was het daarom dat Johannes het nodig vond om Gajus, die daar zeker onder geleden zal hebben, een bemoedigend woordje toe te sturen.
En wat kunnen we uit dat briefje opmaken? - - - Was Gajus bij de pakken neer gaan zitten? Had hij alle hoop laten varen en was de vrede weg uit zijn hart? Was Gajus tot de conclusie gekomen: “De boel is hier zo verziekt, dat het allemaal toch geen zin meer heeft. Alle omstandigheden beletten mij om de Heere te dienen zoals het hoort en om daaruit de ware vreugde te putten”?
Integendeel! Gajus was moedig verder gegaan in zijn wandel met de Heere - - - En zijn getuigenis was juist daardoor zo positief, dat het Johannes ter ore was gekomen en dat die daarvoor zo verheugd was dat hij hem daarvoor wil prijzen. - - - Johannes moedigt Gajus aan de ingeslagen weg verder te gaan en hij legt er nogmaals de nadruk op, dat we al het goede uit God doen. Want God Zelf is de bron van al het goede en wie, om gelijk welke reden, Nalaat het goede te doen, die kent God niet.
En in hetzelfde briefje doet Johannes nog meer: hij schrijft aan Gajus dat het er in de gemeente op het eerste gezicht misschien heel negatief aan toe gaat, maar dat het toch niet altijd alleen slechte berichten zijn, die hij verneemt, want hij wijst Gajus erop dat hij niet alleen staat. Ook van een zekere Demetrius is door velen, door allen, een goed getuigenis gegeven.
Misschien is dat voor Gajus en ook voor ons de beste bemoediging. Denk nooit dat je alleen staat. Er zijn andere broeders en zusters die zich in precies dezelfde omstandigheden bevinden, en die ook moedig verder gaan de juiste weg, - - - de weg de Here te volgen.
Ook zij kennen de Here en willen met Hem verder gaan, wat er in het verleden ook is voorgevallen, ondanks alle teleurstellingen die ze misschien moesten ervaren, ook in hun eigen leven, ook in hun eigen falen en vallen, ook in het afgelopen jaar - - - Ze kennen de fouten in hun eigen leven en ze zijn evenmin blind voor de gebreken en tekorten van anderen in de gemeente van de Heere.
Misschien kunnen de twee laatste verzen van onze schriftlezing van vandaag een goede richtlijn zijn voor ons leven met de Here in het komende jaar:
“Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na”.(Psalm 34:14-15)
Het is vooral dat woord “najagen” legt een heel sterke klemtoon. Wanneer we Gods vreugde en al het goede dat Hij voor ieder van ons wenst willen ervaren, dan moeten we Zijn geboden bewaren, ons ver van al het kwade houden en zijn vrede najagen; dat wil zeggen: “er naar verlangen en naar streven en er voor werken, met alles wat in ons is”.
Enkel dan kan er ook bij deze jaarwisseling een loflied op onze tong zijn. Ook al zullen we in de toekomst nog meerdere malen teleurgesteld zijn, vooral in onszelf, in onze zwakheden en in onze eigen houding.
En toch zullen we ook dan de naam van de Heer willen groot maken omdat we telkens opnieuw beseffen wat Hij voor ons gedaan heeft en elke dag opnieuw deed, ook in het afgelopen jaar. En om wat Hij elke dag opnieuw voor ons wil doen in het komende jaar.

AMEN

Kopieerrechten: © copyright Kerken.com, 2002 - 2010.
Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de webmaster van Kerken.com en de bijdragende predikant. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens de zondagse eredienst is het wenselijk dit even aan ons door te geven. Dit kan met behulp van het hiervoor bestemde formulier 'preek gebruiken'. Ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen toestemming nodig.
 

Agenda
Boeken
Bijbel
kerk
Levensvragen
Links
Muziek
Nieuws
Overdenkingen
Preken


Kruis | Copyright 2003-2019 Kerken.com | deze pagina toevoegen aan favorieten | Contact | Disclaimer | A A A | Tell A Friend! | Kruis

 
tumblr site counter